vruchtwisseling

Naast het voeden en verzorgen van de bodem is vruchtwisseling ook een basisprincipe van de biologische teelt. Vruchtwisseling wil zeggen dat gewassen ieder jaar op een andere plek staan. Dit zorgt ervoor dat de bodem niet eenzijdig uitgeput raakt en dat ziektekiemen geen kans krijgen zich te settelen in de bodem.

Om deze vruchtwisseling te realiseren wordt een teeltplan gebruikt en een rotatieschema. In het teeltplan wordt aangegeven welke groente er geteeld gaan worden, wanneer en hoeveel er gezaaid en geplant wordt. Het rotatieschema geeft aan op welke plaats in de tuin de groenten komen te staan.

 Er zijn verschillende manieren om te roteren. Je kunt kiezen voor indeling op plantenfamilies, of op voedingsbehoefte of op ziektedruk.

In de Wijkse Moestuin heb ik de gewassen ingedeeld naar het deel van de plant dat je eet (blad, vrucht, knol,) met daarbij 3 speciale groepen: de aardappelen, de peulvruchten en de kolen. In totaal zijn er dus 6 groepen.

 

 

De Wijkse Moestuin is ca. 1 hectare groot en ingedeeld in 14 vakken. Voor elk van de 6 groepen van de rotatie zijn 2 vakken beschikbaar. Elk van de groepen komt pas na 6 jaar terug op dezelfde plaats.

Doordat ik gebruik maak van dit systeem kan ik niet zomaar de hoeveelheden van de te telen groenten aanpassen. Het is wel mogelijk binnen zo'n groep van groente te wisselen, dus verzoeken van oogstgenoten om een specifiek soort kunnen – mits tijdig gedaan -soms gehonoreerd worden.

 

De 2 vakken die nog over zijn gebruik ik voor bloemen en voor vaste gewassen, zoals aardbeien, rabarber en asperges.

 

wisseling van de gewassen
wisseling van de gewassen